![]()
|
Plant-, dier- en milieutechnieken (TSO) |
||
|
Met keuze : optie AGROTECHNIEK of GROEN EN DIER Deze nieuwe studierichting is bedoeld voor leerlingen met interesse voor alles wat leeft, groeit en bloeit en bereidt voor op een meer gespecialiseerde keuze in de 3de graad gericht naar bv. dierenzorg, tuinbouw, landbouw, natuur of milieu, landschapszorg. Leerlingen die kiezen voor TSO leren niet alleen een aantal technieken maar krijgen ook een belangrijke algemene vorming (wiskunde, talen, …) . Ook de wetenschappen (chemie, fysica, biologie) vormen een belangrijk onderdeel van de vorming. Bij de technische en praktische vorming krijgen de leerlingen Algemene techniek ; o.a. elektriciteit, motoren, lassen, metselen komen hier aan bod. Het grootste aantal uren per week wordt ingenomen door het leervak Plant, dier en milieu.
Lessentabel van de 2de graad Plant-, dier- en milieutechnieken: Klik hier |
|||
|
|
|||
![]() |
Plant-, dier en milieu (BSO) |
||
|
Met keuze : optie AGROTECHNIEK of GROEN EN DIER
Deze nieuwe studierichting is bedoeld voor leerlingen met interesse voor alles wat leeft, groeit en bloeit en bereidt voor op een meer gespecialiseerde keuze in de 3de graad gericht naar bv. dierenzorg, tuinbouw, landbouw, natuur of milieu, landschapszorg. De nadruk ligt naast de algemene en technische vorming op praktische vorming. In Algemene techniek worden diverse praktische vaardigheden aangeleerd ivm elektriciteit, motoren, lassen en metselen. In het vak Plant, dier en milieu zijn de leerlingen actief bezig met planten, dieren en hun groei- en leefmilieu.
Lessentabellen 1ste leerjaar van de 2de graad Plant, dier en milieu: Klik hier
|
|||
|
Info i.v.m. het leervak Plant, dier en milieu Plant Zowel de leerlingen van TSO als van BSO maken in het onderdeel plant kennis met de diverse plantaardige sectoren, de bouw van planten, de verschillende soorten, de groei, ontwikkeling, verzorging, oogst en het verkoopklaar maken. Dit alles wordt aangeleerd aan de hand van verschillende toepassingsgebieden ; akkerbouwgewassen, groenten, fruit, sierplanten en/of natuurlijke begroeiing. Dier De leerlingen maken kennis met de verschillende diersoorten, de bouw, de levenswijze, de voeding, verzorging, huisvesting, gezondheid en productie van zowel zoogdieren, vogels als andere diersoorten. Leerlingen kunnen kiezen om meer aandacht te besteden aan productiedieren (vb. rund, varken, kip) (optie AGROTECHNIEK) of aan gezelschapsdieren (o.a.. paard, cavia, hond . (optie GROEN EN DIER) Milieu In dit onderdeel maken de leerlingen kennis met de groeifactoren (o.a. licht, lucht, water) en leren ze de basisbegrippen van de bodemkunde en plantenvoeding. Er wordt aangeleerd hoe organismen in een ecosysteem samenleven en hoe aan duurzame productie gedaan wordt. Leerlingen die er specifiek voor kiezen krijgen een belangrijk onderdeel tuinaanleg en onderhoud en groenbeheer. (optie GROEN EN DIER)
|
|||
|
Enkele indrukken : |
|||
![]() |
|
![]() |
|